In mijn 50-jarige loopbaan als econoom zijn ruim 400 wetenschappelijke publicaties verschenen. Daarbij zijn zo’n 20 boeken, vele columns en rapporten, artikelen in de voornaamste Nederlandstalige vaktijdschriften en ook in de internationale vakbladen. Vanwege deze regelmatige stroom publicaties in de internationale vakbladen ben ik sinds jaar en dag fellow van het Tinbergen Instituut en wordt ik gevraagd als referee publicaties van anderen te beoordelen.
Een oude publicatielijst is hier (eerder) vinden. Anders via Google: Frank den Butter VU Publications. Hieronder staan de meest recente boeken en publicaties, soms met korte samenvattingen:
2012, Managing Transaction Costs in the Era of Globalization, Edward Elgar Publishing, Cheltenham.
This book explains the importance and broad scope of keeping transaction costs low. This skill is labelled transaction cost management, or shortly, transaction management. The book offers practical applications of modern economic theories on trade, transaction costs and institutions for business and government. It shows how transaction management can contribute to value creation and, therefore, to make firms and nations more competitive by exploiting the gains from division of labour and international fragmentation of production. The innovation of the book is that it presents a theoretical background, a structure and a practical assessment of a skill that, without naming it transaction management, has always been crucial in the trade and organization of production. This is becoming even more vital in this era of globalization. Therefore, the book is not just about another management tool, but opens up a new way of strategic thinking from the perspective of up to date economic theory.
2012, De Telgen van Hermes, Afscheidsrede VU, Amsterdam, VU University Press.
Dit boek bevat een oproep aan Nederland om zich beter en duidelijker als handelsland te profileren. Nederland heeft een transactie-economie, een die in deze tijd van globalisering en informatisering steeds belangrijker kan worden. Daarom is er alle reden om de Nederlandse transactie-economie te versterken en te investeren in handelskennis. Het gaat daarbij om handelskennis in de meest brede zin. Dus niet alleen om gewiekst handelaarschap of goed dozen weten te schuiven. In de wereld van vandaag is handel vooral regievoering. Dat vergt geavanceerde technische kennis. Het is de hoogste tijd om ook daarin te investeren.
2013, met A. Alemanno, A. Nijsen en J. Torriti (red.), 2012, Better Business Regulation in a Risk Society, New York: Springer.
The premise of the book is that the quest for regulation is expected to grow in the near future as a consequence of the emergence of a (world) risk society. Risks related to food, drugs, infectious diseases, climate change and financial crises have steadily been penetrating all conditions of life in recent times. One of the most immediate consequences of a world risk society is that the decisions, acts and omissions of few entail risks for many. Controlling these risks implies managing the world through high-quality regulation, with particular emphasis on businesses and financial institutions. Central to this approach is that a major, if not the primary aim of regulation is to internalize externalities, or in a broader context, to repair market failure. Yet such repair is acceptable only when the costs of regulatory action (costs of regulation, government failure) are smaller than the welfare gains from the intervention. Featuring contributions from researchers and policy analysts from the fields of economics, management, law, sociology, political science and environmental policy, this book focuses on three major topics:
- Social risk and business regulation
- Preconditions for better business regulation
- Theoretical issues related to better business regulation.
Collectively the authors demonstrate that the easier it is for regulated businesses to comply at the lowest costs possible – without jeopardizing the related public goals – the greater the degree of compliance. When successful, the net result is a balance of individual and collective benefits, and by further implication, sustainable business practice and economic growth.
2013, The perspective of public sector economics on regulation: transaction costs and the agency model, in A. Alemanno et al. (red.), Better Business Regulation in a Risk Society, New York: Springer, blz. 119-134.
Public Sector Economics teaches us that a major reason for government regulation is internalizing externalities. Examples are environmental and safety regulations, prescriptions on working conditions and various types of permits which prevent businesses to make decisions at the costs of others. A common characteristic of all of the different types of government regulations is that they entail implementation costs, which, like taxes, distort efficient allocation in the ideal general equilibrium. These costs can be quite substantial but tend to be overlooked in the discussion and development of government policy. By applying the perspective of transaction costs economics, this chapter considers the costs arising from regulation in a principal/agent model. Three types of transaction costs can be distinguished, namely (i) monitoring costs of the regulator (principal); (ii) bonding costs by the regulated private economic entities (agent) and (iii) the costs of residual loss in case the result of the regulation is not in compliance with the targets set by the regulating authorities. These latter costs can be regarded as cost to society due to e.g. miscommunication on the aims of regulation, and are, of course, hard to quantify. Bonding and monitoring costs consist of both ‘hard’ and ‘soft’ transaction costs. Hard transaction costs are direct costs and are easy to quantify. Soft transaction costs are indirect costs and are hard, or even impossible, to quantify. The costs of residual loss are welfare losses and can be typified as soft transaction costs. The main benefit of regulatory measures is the avoidance of societal costs that would occur in a situation where regulation is meagre or absent. Therefore, it may be welfare enhancing if regulations are fashioned in such a way that net benefits are optimized. From that perspective this chapter looks at the possibility to select optimal regulation by means of a cost/benefit analysis.
Butter, F.A.G. den, en H.L.F. de Groot (red.), 2014, Managing Transaction Costs in Hybrid Forms of Organisations, The Hague: ‘Transactieland.nl’ Foundation.
Butter, F.A.G. den, 2014, Monetaire analyse: van Holtrop naar Tinbergen, TPEdigitaal, 8 (4), blz. 14-31.
Butter, F.A.G. den, 2015, Pensioenadvies SER blind voor ongelijkheid, Me Judice, 18 februari 2015.
Butter, F.A.G. den, 2015, Dienstverlening draagt groei industrie en niet omgekeerd, Me Judice, 30 maart 2015.
Butter, F. den, J. Joustra en N. Boerma, 2015, Koppelzones; Lagere Transactiekosten door Organisatorische Innovatie, Amsterdam: Futuro Uitgevers, ISBN 978-94-92221-10-0.
Koppelzones vormen een georganiseerde manier van besluitvorming tussen belanghebbenden met verschillende en soms tegengestelde belangen. Het doel van deze organisatorische innovatie is de efficiëntie van de besluitvorming bij belangentegenstellingen te verhogen. Kenmerkend voor de koppelzone is dat alle belanghebbenden een stem in de onderhandelingen voorafgaande aan de besluitvorming krijgen en dat in deze discussies begrip voor elkaars standpunten wordt opgebouwd. Besluitvorming over een kwestie waar niet alle belangen parallel lopen bergt altijd een element van compromisvorming in zich: er kan niet tegelijkertijd aan alle wensen van iedereen worden voldaan. Wederzijds begrip en vertrouwen draagt ertoe bij dat uiteindelijk een compromis bereikt kan worden dat voor iedereen het maximaal haalbare biedt. Consensus dat het bereikte compromis alle belangen zo goed mogelijk borgt, verschaft draagvlak bij de uitvoering van het besluit.
De essentie van de besluitvorming in koppelzones is dat het de kosten bij de onderhandelingen over het compromis, maar vooral ook bij uitvoering van het besluit zo laag mogelijk maakt. Bij de besluitvorming in koppelzones wegen de kosten om begrip te hebben voor elkaars standpunten en om tot een compromis te komen waar alle belanghebbenden zich met goed vertrouwen in kunnen vinden, vaak op tegen de lagere kosten bij uitvoering vanwege het draagvlak dat met het besluit is verkregen. In die zin past de koppelzone binnen de Nederlandse traditie van het polderoverleg om alle belanghebbenden te betrekken in de besluitvorming en een ieder verantwoordelijk te maken voor een goede en voorspoedige uitvoering van het besluit.
Dit boek over Koppelzones verschaft een aanpak voor het verminderen van koppelfricties in ketens. Kernwaarden daarbij zijn: onafhankelijke regievoering, de opbouw van vertrouwen en het toewerken naar een eerlijk besluit. Dit zijn de handvatten om organisatorische innovatie te realiseren .
Butter, F.A.G. den, V. Kocsis en B. Tieben, 2015, Groene groei: hoe bereiken we dat?, TPEdigitaal 9 (2), blz. 149-165.
Butter, F.A.G. den, 2015, Griekenland als gijzelnemer: waarom het spel nu over is, Me Judice, 27 juli 2015.
Butter, F.A.G. den, en M.L.L. Segers, 2015, Begrotingsbeleid en beleidscoördinatie in een EMU zonder politieke unie, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 47, nr. 2, blz. 93-102.
Butter, F.A.G. den, en J.V. Joustra, 2016, Trust as governance tool in hybrid organizations: a case study for the dance Industry in the Netherlands, International Journal of Business and Management, 11, (1), 1-19.
Butter, F.A.G. den, en G.G.J. den Butter, 2016, Het verband tussen publiek belang en ontwerp bij het internet der dingen, Beleid & Maatschappij, 43 (1), blz. 24-41
Het internet der dingen levert een schat aan gegevens (“big data”) op over persoonlijk gedrag. Bij de benutting van deze gegevens is sprake van verschillende vormen van publiek belang waarvoor de overheid borgingsmechanismen in werking dient te stellen. Daarbij gaat het enerzijds om goede beschikbaarheid van gegevens, om opheffen van informatieasymmetrie als vorm van marktfalen, en anderzijds om het bieden van rechtsbescherming ten aanzien van veiligheid en privacy. In dit artikel bespreken wij hoe vanuit de principaal/agent benadering van regelgeving ten aanzien van borging van de verschillende onderdelen van het publiek belang het ontwerpproces van applicaties en systemen in het internet der dingen het best kan worden vormgegeven. Het voorbeeld van de slimme thermostaat Toon® leert hoe de samenwerking tussen ontwerpers en software ingenieurs heeft bijgedragen aan zowel een goede bescherming van de gegevens als aan een mogelijke prikkel tot energiebesparing.
Butter, F.A.G. den, en P.M. Mallekoote, 2016, Vertrouwen in het betalingsverkeer, het perspectief van de transactiekosten, Economisch Statistische Berichten, 101, blz. 556-558.
Butter, F.A.G. den, en X. Wu, 2016, Het geheim van Alibaba, Me Judice, 18 oktober 2016.
Butter, F.A.G. den, 2017, Transactiekosten zijn bepalend in de deeleconomie, Economisch Statistische Berichten, 102, blz. 178-179.
Berghuis, E. en F.A.G. den Butter, 2017, The transaction cost perspective on international supply chain management; evidence from case studies in the manufacturing industry in the Netherlands, International Review of Applied Economics, 31 (6), blz. 754-773.
Butter, F.A.G. den, 2017, De voetangels van een stelsel met persoonlijke pensioenpotten, Me Judice, 5 juli 2017.
Butter, F.A.G. den, en P.M. Mallekoote 2017, Het publiek belang van innovaties in het betalingsverkeer, Economisch Statistische Berichten, 102 (4753S), blz. 19-23.
Butter, F.A.G. den, en H.A.A.M. Webers 2017, Richt Nederlands innovatiebeleid op milieu en klimaat, Me Judice, 23 november 2017.
Butter, F.A.G. den, en H.A.A.M. Webers, 2018, Eco efficiency and circular production: cases from the Netherlands’ eastern region, Ch. 20 in Harry Lehmann (ed.), Factor X, Challenges, Implementation Strategies and Examples for a Sustainable Use of Natural Resources, Springer International Publishing, blz. 305-316.
Butter, F.A.G. den, en C.A. de Kam, 2018, Van Wim Drees stichting naar Wim Drees fonds, in Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, Jaarverslag 2017, blz. 14-16.
Butter, F.A.G. den, 2018, Fiscale behandeling eigen woningbezit is onlogisch en betuttelend. Me Judice, 22 mei 2018.
Vanaf 2021:
Butter, F.A.G. den (2021), Onbegrip voor uitvoeringskosten bron van ongekend onrecht, Me Judice, 8 januari 2021.
https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/onbegrip-voor-uitvoeringskosten-bron-van-ongekend-onrecht
De bevindingen van de Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (‘Ongekend Onrecht’, Commissie Van Dam) tonen dat bij de wetgeving over de toeslagen geen rekening met de uitvoeringskosten is gehouden. Er is bij zulke wetgeving een formele rapportage nodig over de uitvoeringskosten, kosten van zowel de overheid als van de betrokkenen (Kosten effect rapportage, KER). Daarnaast moet er binnen de uitvoeringsorganisatie onafhankelijk advies van deskundigen geïnstitutionaliseerd worden en moet er een permanente terugkoppeling komen van de uitvoering naar de wetgevende en rechtelijke macht.
Butter, F.A.G. den (2021), De strenge lockdown: kan het anders? Evolutiegids, 19 januari 2021.
https://www.researchgate.net/publication/348659028_De_strenge_lockdown_kan_het_anders
Butter, F.A.G. den (2021), De solidariteitsreserve in het nieuwe pensioenstelsel hoort overheidsfonds te zijn, Economisch Statistische Berichten, 106, nr. 4794, blz. 100-102. (online 1 december 2020)
De solidariteitsreserve maakt het nieuwe pensioenstelsel nodeloos ingewikkeld en moeilijk uitlegbaar, omdat achter allerlei discretionaire beslissingen van de fondsen overheveling van gelden binnen en tussen generaties verborgen blijven. Het is beter de solidariteitsreserve als overheidsfonds in te richten. Een argument hierbij is dat de solidariteitsreserve het karakter heeft van een omslagstelsel. Het onderbrengen van de solidariteitsreserve in een door de overheid gefinancierd fonds draagt daarom bij aan de handhaving van het sociale contract waarbij de reserve van generatie op generatie wordt doorgegeven. Bovendien is de financiering van het fonds bij de huidige lage rente goedkoop, terwijl de beleggingsopbrengst van het fonds voor de jonge generatie en de generatie met beleggingspech een groter pensioen oplevert. Een overheidsfonds maakt ook opvulling van de solidariteitsreserve bij aanvang uit bestaand pensioenvermogen overbodig. Daarbij vervalt deze directe overdracht van de oudere naar de jongere generatie, die impliciet in het pensioenakkoord is vervat.
Butter, F.A.G. den (2021), Naar een wereld van winnaars, Evolutiegids, 29 januari 2021.
https://www.researchgate.net/publication/349767918_Naar_een_wereld_van_winnaars
Butter, F.A.G. den (2021), De Grote Reset als complottheorie?, Evolutiegids, 7 februari 2021.
https://www.researchgate.net/publication/349767863_De_Grote_Reset_als_complottheorie
Butter, F.A.G. den (2021), We moeten weer generatiebewust worden!, Evolutiegids, 3 maart 2021.
https://www.researchgate.net/publication/349767951_We_moeten_weer_generatiebewust_worden
Butter, F.A.G. den (2021), Integreer Spaar WW met persoonlijke pensioenpotjes, Me Judice, 25 maart 2021.
https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/integreer-spaar-ww-met-persoonlijke-pensioenpotjes
De grote arbeidsmarktdynamiek, met veel baanwisselingen, die te voorzien valt voor de post corona periode, maakt invoering van een Spaar WW aantrekkelijk om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren. Zulke spaarfondsen leiden tot betere prikkels om snel uit de WW te raken of om daar zelfs niet in te komen. Dit biedt een welvaartsvoordeel. Bovendien kan zo’n Spaar WW met individuele spaarpotjes naadloos worden aangesloten op het nieuwe pensioenstelsel in ons land en daarin worden geïntegreerd.
Butter, F.A.G. den, en H.A.A.M. Webers (2021), Rijnlands leiderschap is cruciaal in het politieke landschap, Evolutiegids, 13 april 2021.
Butter, F.A.G. den (2021), Brede welvaart op het dashboard, Evolutiegids, 22 april 2021.
https://www.researchgate.net/publication/351313730_Brede_welvaart_op_het_dashboard
Butter, F.A.G. den (2021), Mijd de surveillancemaatschappij ! Ga voor Buon Governo ! Evolutiegids, 19 mei 2021.
Butter, F.A.G. den (2021), Opmars van het internet van lichamen vereist regulering, Economisch Statistische Berichten, 106, nr. 4800, blz. 392-393 (online 27 mei 2021).
Allerlei apparaten op en in het lichaam leveren via sensoren en draadloze verbindingen een schat aan persoonlijke gegevens op. Deze via het internet van lichamen (‘internet of bodies’, IoB) verzamelde gegevens kunnen bijdragen aan levensvreugde en welzijn, en kunnen bovendien kostenbesparingen opleveren zodat er sprake is van positieve externe effecten. Maar bij gebruik van de gegevens zijn er ook privacy problemen en negatieve externe effecten. Borging van deze publieke belangen vereist een zorgvuldige regulering van eigendomsrechten en gebruiksrechten van de gegevens. Zo dient de ontwerper ervoor te zorgen dat niet kan worden ingebroken op de verbinding. Beperking van de gebruiksrechten dient ervoor te zorgen dat acceptatieplicht en solidariteit in de zorg gehandhaafd blijft. Bovendien moet, net als bij biometrische gegevens, de dystopie van een surveillance samenleving worden vermeden.
Growing importance of Internet of Bodies (IoB) requires careful government regulation.
All kinds of devices on and in the body provide a wealth of personal data via sensors and wireless connections. These data collected via the Internet of Bodies (IoB) can contribute to joie de vivre and well-being, and can also generate cost savings so that there are positive external effects. But when using the data, there are also privacy problems and negative external effects. Safeguarding these public interests requires careful regulation of property rights and of user rights of the data. For example, the designer must ensure that the internet or Bluetooth connection cannot be broken into. Restrictions on user rights should ensure that risk solidarity in healthcare is maintained. In addition, as with biometric data, the dystopia of a surveillance society must be avoided when setting up a worldwide standard for digital identity.
Butter, F.A.G. den (2021), De SER als hoeder van de brede welvaart, in: Syllabus Jubileum Bijeenkomst SER Overijssel/ Werkbezoek SER’en, blz. 40-52, Deventer, 8 oktober 2021.
Deze bijdrage bespreekt welke rol de SER kan vervullen om via de polderdiscussie en de beleidsadvisering bij te dragen aan meer brede welvaart. Brede welvaart maakt, ook binnen de SER, al lang deel uit van het economische gedachtegoed. Zo werden in het SER advies over het sociaal economisch beleid over de periode 1996-2000 drie belangrijke sociaal-economische doelstellingen, namelijk (a) een gestage en evenwichtige economische groei, (b) een bevordering van de arbeidsparticipatie, en (c) een redelijke inkomensverdeling, aangevuld met een vierde doelstelling, namelijk (d) een duurzame ontwikkeling. Hierbij dient een integratie van economische indicatoren met milieu-indicatoren dient plaats te vinden. Daarbij spreekt de SER in dit advies uit 1996 zelfs expliciet over ‘een breed welvaartsbegrip’. Zo is de invulling die indertijd aan deze doelstellingen wordt gegeven als een aanzet tot een daadwerkelijke indicatoranalyse van de brede welvaart in ons land op te vatten. De rol van de SER bij dit streven naar meer brede welvaart in ons land dat deze de samenspraak organiseert tussen verschillende belanghebbenden in het sociaal economische krachtenveld. Oogmerk is door de belangrijkste belanghebbenden te laten meedenken bij de formulering van beleidsvoorstellen, en in die beleidsvoorstellen rekening te houden met de verschillende belangen, draagvlak te creëren voor de uitvoering van de beleidsvoorstellen. Dat vraagt inbreng van deskundigen, die dienen te rekenen met externe effecten waardoor maatregelen ongunstig kunnen uitpakken voor degenen die geen stem in de beraadslagingen hebben. Met deze rol in de organisatie van het sociaaleconomisch beleid in ons land is de SER dienstbaar aan de samenleving en de welvaartsbevordering.
Butter, F.A.G. den (2021), Meer brede welvaart dankzij sociale innovatie? Evolutiegids, 9 november 2021.
Butter, F.A.G. den (2021), Lange termijn Coronabeleid moet zich richten op meest wenselijk haalbare scenario, Me Judice, 19 november 2021.
Long term corona policy should be based on the most desirable feasible scenario
Butter, F.A.G. den (2021), Topambtenaren doen er goed aan Rijnlands leiderschap te omarmen, Evolutiegids, 10 december 2021.
Butter, F.A.G. den (2022), Slimme evolutie van het coronavirus, Evolutiegids, 10 januari 2022.
Butter, F.A.G. den (2022), Koopkrachtherstel dient rekening te houden met energietransitie, Me Judice, 11 februari 2022.
Butter, F.A.G. den (2022) Slagveld Oekraïne: de wereldorde zal nooit meer hetzelfde zijn, Evolutiegids 3 maart 2022.
Butter, F.A.G. den (2022) Willen we Orwelliaanse toestanden van Big Brother? Evolutiegids 14 april 2022
Butter, F.A.G. den (2022), Corona scenario’s vragen om een welvaartseconomische visie, Me Judice, 15 september 2022.
https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/corona-scenarios-vragen-om-een-welvaartseconomische-visie
Butter, F.A.G. den (2022), Zijn we klaar voor de koude winter?, Evolutiegids, 20 september 2022
Butter, F.A.G. den, en J. Middendorp (2022), Overheid moet dynamische energiecontracten stimuleren, Me Judice, 7 november 2022.
https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/overheid-moet-dynamische-energiecontracten-stimuleren
De beleidsdiscussies over koopkrachtreparatie bij de huidige hoge energieprijzen laten zien dat de ordening van de energiemarkten verbetering behoeft. Dit artikel bepleit de inrichting van een markt met een dynamische stroomprijs. Dit is een prijs van elektriciteit die per uur varieert en afhangt van vraag en aanbod op dat moment en niet van de prijs van gas. Dus een hoge prijs bij veel vraag en weinig aanbod – ’s nachts en bij donker, koud en windstil weer – en een lage prijs bij veel aanbod, tijdens zonnige uren en perioden met veel wind. Het is aan de overheid om te bevorderen dat zulke contracten worden aangeboden en dat consumenten via ingebouwde optimalisatie-programmatuur tegen zo min mogelijk kosten hun energievraag kunnen spreiden.
Butter, F.A.G. den (2022), Commissie Parameters blijft onduidelijk over nieuwe pensioenwet, Me Judice, 16 december 2022.
In het nieuwe pensioenstelsel zijn formules nodig voor de verschillende economische projecties waarop de pensioenfondsen zich bij de uitvoering van de wet dienen te richten. Het eind november 2022 verschenen advies van de Commissie Parameters biedt daarover echter geen duidelijkheid. Zo is er geen concrete invulling van de verschillende vormen van projectierendementen die in de omschrijving van het nieuwe stelsel een rol spelen. De essentiële rol van verschillen in individuele sterftekansen bij de uitvoering blijft onbenoemd. Het is daarom gewenst in een echte scenario-analyse voorbeelden te simuleren van de werking van het nieuwe stelsel voor verschillende typen van individuele deelnemers en de daarbij geldende risicohoudingen en te kiezen beleggingsstrategieën. Het is goed eerst beter te leren zwemmen voordat men in het diepe van het nieuwe pensioenstelsel duikt.
Butter, F.A.G. den (2023), Pensioen: alternatief voor ingewikkelde methodiek van invaren, Me Judice, 5 januari 2023.
Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel dienen de opgebouwde collectieve pensioenen uit het oude stelsel te worden omgezet naar persoonlijke pensioenpotjes. De te hanteren methodiek bij dit ‘invaren’ is bijzonder ingewikkeld. Dit artikel schetst een eenvoudigere manier van invaren waarbij geen aanvullende discretionaire beslissingen van de fondsbesturen nodig zijn. Het behelst de verdeling van het vermogen van de pensioenfondsen volgens de boekwaarde over de individuele pensioenpotjes in het nieuwe stelsel op basis van de reeds opgebouwde pensioenrechten van actieven en slapers, dan wel van de feitelijke pensioenuitkering van de reeds gepensioneerden. De berekening van het hiertoe benodigde vermogen is gebaseerd op een rendement volgens de rekenrente waarbij de dekkingsgraad van het pensioenfonds precies 100% is. Deze rekenmethode maakt het mogelijk het vermogen van het pensioenfonds volledig over de individuele potjes te verdelen.
Butter, F.A.G. den (2023), Dit is het ware Wereld Economische Forum, Evolutiegids,19 januari 2023.
Bos, F. en F.A.G. den Butter (2023), Social science applied to the economy and running a nation, Ch. 15 in Niel Wollman and Carolyn J. Love (red.), Reinventing Society with Philosophy, Religion, and Science, Cambridge Scholars Publishing: Cambridge UK, ISBN: 1-5275-9238-3, blz. 360-396.
Government policy can greatly benefit from the insights of economic science, in particular when the specific national circumstances and preferences are taken into account. This chapter shows that this does not only apply to traditional topics of economic science like fiscal policy (the government budget) and monetary policy (organizing the supply of money), but also to a wide range of other policy areas. Cases in point are flood risk management, health care policy, criminal justice, labor market policy and climate policy. Furthermore, the economic analysis of election manifesto’s in advance of the elections (election costing) can be a great help to better inform voters about the policy plans of political parties and improve in this way government policy. In our examples of applying economic science to government policy, four basic ideas are used. The first basic idea is to formulate, measure and monitor explicit targets. The second basic idea is to investigate the effects, cost effectiveness and trade-offs of various decisions. The third basic idea is that financial incentives can have great private and public benefits, but may also have major perverse effects. The fourth basic idea is to separate responsibilities in order to guarantee the scientific quality of public decision making. These basic ideas about economic science and policy can also be applied to run a family, a business or a non-profit organization. Several examples are provided to illustrate this.
Butter, F.A.G. den (2023), Using macroeconomic models in policy practice, The relationship between models and reality, Ch. 24 in J. Jespersen, V. Chick and B. Tieben (eds.), Routledge Handbook of Macroeconomic Methodology, Routledge: London and New York, ISBN 978-1-138-81662-6, blz. 276-289.
This chapter illustrates how in the use of macroeconomic models for policy purposes there is a mutual relationship between economic methodology and policy practice. The design of models and methods is much influenced by the actual political need for policy analysis and by the specific economic circumstances. In principle, model based calculations aim at separating the debate on the functioning of the economy from the negotiations on the trade-off between the policy objectives on the basis of the different political preferences. In practice, however, the model calculations are also used to separate the matters on which one agrees in the policy debate from the matters on which one disagrees. Therefore, this review of macro model based economic policy analysis demonstrates that good forecasts of future developments and a good assessment of appropriate policy measures will always require a combination of model and man, of science and art. We do not have to fear that, even with ever more advanced artificial intelligence, man will not be needed anymore to forecast and plan the future.
Butter, F.A.G. den (2023), Haagse blik op boeren, Evolutiegids, 28 maart 2023.
Butter, F.A.G. den (2023), Meer welvaart met andere productiviteit, Me Judice, 8 mei 2023.
Een verhoging van de productiviteit vormt een belangrijke bron voor economische groei. Traditioneel wordt productiviteit daarbij afgemeten aan arbeidsproductiviteit of aan totale factorproductiviteit (tfp). Productiviteit wordt hierbij gerelateerd aan de materiële welvaart. Vanuit het oogpunt van een breed welvaartsbegrip is echter een meer inclusieve meting van productiviteit nodig. Zo leveren de groei van de arbeidsproductiviteit en tfp-groei een overschatting van de feitelijke productiviteitsgroei op wanneer op milieukapitaal wordt ingeteerd. Momenteel zijn voor een brede welvaartsbeleving andere vormen van productie nodig zijn en daarbij andere maten van productiviteit. Dit geldt met name in de agrarische sector met het beleid gericht op een sterke vermindering van de stikstofuitstoot ten behoeve van het natuurherstel. Zo zijn er vanuit het beleid al flink wat ideeën hoe de overstap naar een klimaat neutrale samenleving met natuurherstel kansen biedt op nieuwe verdienmodellen voor de boer. Dat dient nog verder te worden uitgewerkt zodat het boeren, die hun hart aan hun werk en aan hun landerijen hebben verpand, inzicht biedt op toekomstmogelijkheden die recht doen aan hun passie.
Ter gelegenheid van mijn 75e verjaardag heb ik een aantal van de in de voorgaande jaren geschreven artikelen bewerkt en, met nieuwe teksten, bij elkaar gevoegd. Beide boeken zijn inmiddels gepubliceerd (en via de internet boekhandel te koop):
Butter, F.A.G. den (2023), Politieke waarheid; Over de spanning tussen wetenschap en beleid, Futuro Uitgevers, Amsterdam, ISBN: 9789083331119.
In onze democratische samenleving is de politieke besluitvorming gebaseerd op wetenschappelijke analyses. In de praktijk levert dit spanning op in de relatie tussen wetenschap, politiek en beleid. Een oorzaak van die spanning is dat de politiek soms om beleidsaanbevelingen vraagt die de wetenschap in alle nuancering en onzekerheden niet kan opleveren. De coronapandemie leidde tot een uitvergroting van die spanning, waarbij in een polariserende sfeer de wetenschappelijke waarheden en feiten in het publieke debat meer en meer in twijfel werden getrokken. Iets dergelijks geldt voor het klimaatbeleid. Dit boek toont hoe een betere afstemming van politieke en wetenschappelijke waarheden de spanning tussen wetenschap en beleid kan doen verminderen. Dat levert meer draagvlak voor het beleid op en bevordert de welvaart in brede zin.
Butter, F.A.G. den (2023), Naar nieuwe welvaart; Richtingwijzers voor een toekomstbestendig regeringsbeleid, VU University Press, Amsterdam, ISBN 978 90 8659 892 2, 644 blz.
https://vuuniversitypress.com/product/naar-nieuwe-welvaart/
Het streven naar meer welvaart vormt een belangrijk doel van de economische politiek. Maar wat wordt er precies met ‘welvaart’ bedoeld? En hoe kan de doelstelling van ‘meer welvaart’ worden bereikt? Dit boek werpt een scherp licht op de complexiteit van welvaartsbeleving, waarbij persoonlijke voorkeuren en politieke preferenties het streven naar welvaart bepalen. Vanuit dat perspectief daagt het boek ons uit om na te denken over hoe we economische groei en welvaart kunnen nastreven op een manier die recht doet aan onze moderne samenleving en de vele tegenstrijdige belangen daarin. Het betoogt dat nieuwe welvaart een brede welvaart is, waarin met alle belangen rekening wordt gehouden – niet alleen met die van de huidige bevolking, maar ook met die van toekomstige generaties. Zo geeft dit boek een caleidoscopisch beeld van hoe het pad naar nieuwe, inclusieve welvaart eruit zou kunnen zien. Tegen de achtergrond van een gepolariseerde samenleving en de verruwing van het politieke debat mondt dat uit in een tiental wetenschappelijk gefundeerde richtingwijzers die voor dat pad hard nodig zijn. Dit lijkt ook zeer relevant voor de formatie van het nieuwe kabinet (zie ook het artikel hierover in Me Judice).
Butter, F.A.G. den (2023), Vervang fossiele subsidies door regulerende heffingen, Me Judice, 6 november 2023.
https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/vervang-fossiele-subsidies-door-regulerende-heffingen
Mede door de wegblokkades op de A12 door Extinction Rebellion is er veel politieke aandacht voor de zogenoemde fossiele subsidies die door de regering inmiddels zelf op ruim €46 miljard worden geraamd. De wens is deze subsidies zo snel als mogelijk af te bouwen. In het debat over de fossiele subsidies wordt meestal over het hoofd gezien dat het hier om regulerende heffingen gaat. Deze zijn bedoeld om de externe effecten van gebruik van fossiele grondstoffen te internaliseren wanneer deze het klimaatbeleid en de daarbij benodigde energietransitie in de weg staan. In het geval van innovaties die de transitie bevorderen zijn zelfs echte subsidies gewenst. Al in 1992 heeft de commissie Wolfson op deze rol van regulerende heffingen in het milieubeleid gewezen en verschillende varianten door het CPB laten doorrekenen. Indertijd, maar ook nu is er het gevaar dat zulke regulerende heffingen nadelig zijn voor de concurrentiepositie waarbij productie naar het buitenland wordt verplaatst. In de huidige beleidspraktijk loopt de beprijzing van het gebruik van fossiele brandstoffen echter voor een belangrijk deel via het Europese systeem van verhandelbare emissierechten. Voordeel hiervan is dat er al Europese coördinatie plaatsvindt en dat via toedeling van de emissierechten de regulering is af te stemmen op de doelstellingen van het klimaatbeleid.
Middendorp, J. en F.A.G. den Butter (2023), Martin Fase (1937–2023), Gedreven wetenschapper met oog voor beleid, Economisch Statistische Berichten, 108(4827), 23 november 2023, blz. 540.
Dit in memoriam schetst hoe Martin Fase als beeldbepalende figuur in de Nederlandse monetaire traditie zijn plaats in de geschiedenis van het Nederlandse economisch denken verdient.
Butter, F.A.G. den (2023), Ongebruikelijk samenstel van verschillende vormen van inflatie vermoeilijkt monetair beleid, Me Judice, 21 februari 2024.
De inflatie in 2022 en het daarna grillige verloop van de prijzen bemoeilijken het monetaire beleid. Het probleem is dat de prijsfluctuaties verschillende oorzaken hebben die moeilijk te ontrafelen zijn. Daarmee is het ook moeilijk het monetair beleid op één specifieke oorzaak te richten. Met name waren vraaginflatie en kosteninflatie in een ongebruikelijke samenstelling verstrengeld. Tegelijkertijd was er sprake van keteninflatie waarbij bedrijven met marktmacht de mogelijkheid aangrijpen om hun winstgevendheid te vergroten. Dit gaf aanleiding tot winstinflatie die ook wel vanwege het onwenselijke maatschappelijk karakter als ‘graaiflatie’ werd aangeduid. Daarnaast ontstond, mede vanwege de transitie in het kader van het klimaat- en milieubeleid, een specifieke dynamiek tussen bedrijfstakken en banen. Dan is loondifferentiatie nodig om het marktevenwicht te herstellen. Dit alles vraagt om een specifiek en gericht ingrijpen van de monetaire autoriteiten.
Butter, F.A.G. den (2024), Programkabinet: Goede rolverdeling tussen politiek en wetenschap essentieel, Me Judice, 17 maart 2024.
Bij de formatie van een nieuwe regering wordt gestreefd naar een soort extraparlementair kabinet met deskundigen, een ‘programkabinet’ zoals informateur Putters dat heeft genoemd. Daarbij is een goede rolverdeling tussen politiek en wetenschap essentieel. In een akkoord op hoofdlijnen bepaalt de politiek streefwaarden voor de welvaartsdoelstellingen, waarna de vakministers op basis van hun kennis en wetenschappelijke analyse die doelstellingen zo goed mogelijk proberen te verwezenlijken. Idealiter dient een aantal leden van zo’n kabinet zowel ervaring in de wetenschap als in de politiek te hebben. Vooralsnog is het wel de vraag of deze duidelijke omschrijving van de rolverdeling in de nu in twee delen opgesplitste formatie in de onderhandelingen een rol gaat spelen.